Anton Heyboer.

Anton Heyboer (1924-2005) woonde vanaf begin jaren zestig in een oude loods in Den Ilp, midden in Waterland. Hier bouwde hij aan een indrukwekkend oeuvre dat geschat wordt op enkele tienduizenden kunstwerken. Verzamelaars en museumconservatoren waarderen voornamelijk zijn vroege werk uit de jaren vijftig en zestig, bestaande uit sobere etsen en gouaches. Bij het grote publiek stond Heyboer vooral bekend om zijn excentrieke levensstijl. Hoewel hij zelden zijn stek in Den Ilp verliet, vergaarde Heyboer door een aantal opmerkelijke tv-optredens de reputatie van knotsgekke kunstenaar, levend in een rovershol temidden van zijn " vijf bruiden".

Nomade

Het leven van de jonge Heyboer was vanaf het begin nomadisch te noemen. Als kind woonde hij achtereenvolgens in Indonesië, Haarlem, Delft, Curacao, New York en weer Haarlem. Tijdens de Tweede wereldoorlog werd Heyboer te werk gesteld in Berlijn waar hij ternauwernood aan een bombardement ontsnapte. Na de oorlog keerde hij getraumatiseerd en verward terug naar Nederland en probeerde hij enige tijd als palingvisser in zijn onderhoud te voorzien. Toen dit mislukte, zocht hij zijn heil in het lege Drenthe waar hij de verschrikkingen van de oorlog van zich af begon te tekenen in een zelfgebouwd hutje in de bossen van Borger. Na enige tijd pakte Heyboer weer zijn biezen en probeerde hij zijn geluk in Spanje en Frankrijk, ditmaal in gezelschap van collega-kunstenaar Jan Kagie. Na twee op de klippen gelopen huwelijken belandde hij in 1951 in het psychiatrisch ziekenhuis van Santpoort.

Etsen als therapie

In Santpoort ontdekte Heyboer – van huis uit werktuigbouwkundige – als autodidact de helende werking van etsen. Naar eigen zeggen was de etskunst zijn redding en kon hij hierdoor verder uit de psychiatrie blijven: “Ik ben dus geen kunstenaar, maar een overlever. Naar kunst kijken vind ik trouwens iets afschuwelijks. Maar kunst maken is iets anders: dat is een vorm van therapie voor als je het helemaal niet meer weet”, aldus een interview in 2001 in NRC Handelsblad. In Santpoort legde Heyboer de basis voor zijn succesvolle vroege werk uit de jaren vijftig en zestig. Dit bestond uit grote vellen sobere grafiek en gouaches met composities van naakten en dieren te midden van geometrische figuren en primitieve symbolen, soms aangevuld met tekst in rode verf.

Kunstproductiehuis

In latere interviews bestempelde Heyboer zijn vroege werk  als “kunst voor intellectuelen en beleggers”. Samen met zijn vijf vrouwen opende Heyboer eind jaren zeventig zijn eigen galerie. Van daaruit overspoelde hij de kunstmarkt met kleurrijke en vrolijke voorstellingen van mensen, dieren en bootjes. De kunstenaar en ‘zijn meisjes’ hadden een goed geoliede kunstproductiemachine op poten gezet. Vanuit het hele land bezochten particuliere verzamelaars en dagjesmensen de galerie van Heyboer. Hier kon men al vanaf 100 gulden terecht voor een echte Heyboer. De wereldvreemde kunstenaar groeide hierdoor uit tot ’s lands best verkopende kunstenaar die er niet voor schuwde om ook op bestelling te werken en zelfs zijn palet af te stemmen op de kleur van de bank waarboven het kunstwerk moest komen te hangen.

Hand vol penselen

In de laatste jaren van zijn leven leidde Heyboer een zeer teruggetrokken bestaan dat slechts af en toe onderbroken werd door een bezoek van een cameraploeg. De tv-kijker kreeg dan een opmerkelijk kijkje in de keuken van de ‘Firma Heyboer’ voorgeschoteld. Zijn werkwijze was immers even onorthodox als zijn levensstijl. Met een hand vol penselen ging de kunstenaar een grote stapel vellen papier te lijf waarop in rap tempo kippen, naakten en bootjes verschenen, uiteraard voorzien van zijn zwierige signatuur. Na een dag drogen kon de stapel verkocht worden aan bezoekers en toevallige passanten in de Heyboer-galerie aan de overkant van de weg. Inmiddels had de officiële kunstwereld zich al lang gedistantieerd van Heyboer. In deze kringen werd zijn ‘lopende-band-werk’ slechts gezien als inkomstenbron voor de eigengereide kunstenaar met zijn privé harem.

Koninklijke waardering

In 2002 werd Anton Heyboer geridderd in de Orde van Oranje-Nassau. Een jaar eerder ontving Heyboer al een blijk van koninklijke waardering toen koningin Beatrix als gastconservator een van zijn vroege grote etsen opnam in haar tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Anton Heyboer overleed op 9 april 2005 in zijn slaap. Hij ligt begraven bij het kerkje in Purmerland in de gemeente Waterland.